'Het Midden-Oosten heeft heel normale mediawetten' - het gehele interview met Joris van Duijne 01/04/2011
Sinds 1986 zet Free Voice zich in voor de ontwikkeling van journalistiek overal ter wereld. Joris van Duijne is politicoloog en programmamanager bij de afdeling Midden-Oosten en Noord- Afrika. Tot 31 januari verbleef hij voor deze organisatiein Egypte, waar hij de ontwikkelingen van dichtbij meemaakte. Checks&Balances sprak met hem over de persvrijheid in het Midden-Oosten en de vooruitzichten voor een onafhankelijke journalistiek in de regio. ‘Wat overeind zal blijven is dat Egyptenaren niet bang meer zijn.’ TEKST: Kees Blom & Niels Goet Persvrijheid, bestaat dat überhaupt in autoritaire regimes? ‘Ja. Vaak zijn er onder internationale druk normale mediawetten. Ze lijken in zekere zin sterk op Europese wetgeving.Het probleem is dat op het moment dat een regime journalisten wil aanpakken, er meer middelen zijn dan alleen mediawetgeving. Er wordt vaak strafrecht toegepast. Maar ook daar zit een bepaalde trend in en daar kunnen wij die advocaten ook in sturen hoe ze daarmee om moeten gaan. In veel Arabische landen is het verschil nog erg groot tussen wat daadwerkelijk niet mag en wat er in de krant verschijnt. Omdat heel veel journalisten eigenlijk niet weten wat wel of niet mag, passen ze heel veel zelfcensuur toe. De wet biedt meer mogelijkheden dan journalisten in de praktijk gebruiken. Dat gat proberen wij te dichten.’ Het plaatselijke regime werkt jullie in zo’n geval niet tegen? ‘Dat wisselt heel erg per land. In de Arabische wereld is het programma vrij nieuw. We hebben toen gekozen voor een aantal landen waar het relatief gemakkelijk werken is. Ondanks alle verhalen die nu verschijnen is Egypte op het gebied van persvrijheid, weliswaar enorm restrictief maar veel vrijer dan bijvoorbeeld Libië of Tunesië, daar is het echt een ramp. Ten tweede kunnen wij het goed verkopen als capaciteitsversterking. Het is ook in het belang van Arabische regimes dat er goede journalisten zijn die degelijk werk doen, hoor- en wederhoor toepassen en niet zo maar wat in de krant schrijven. Dat werk is redelijk te doen. Het wordt natuurlijk een ander verhaal als je op je website misstanden aan de kaak stelt zoalsAmnesty International en Reporters without Borders dat doen. Advocacy doen wij specifiek niet. Wij blijven in de ogen van regimes binnen het acceptabele.’ Hoe gaan jullie te werk? Hebben jullie in Egypte bepaalde contacten in de lokale media die ingangen bieden? ‘Dat hebben we opgebouwd. We zijn begonnen met een Jordaanse partner die een vrij groot regionaal netwerk heeft. Met lokale partners heb je natuurlijk automatisch toegang tot de contacten die zij hebben. Op een gegeven moment heb je die contacten zelf. De samenwerking met de Jordaanse partner wordt nu bijvoorbeeld afgebouwd omdat die tamelijk top-down opereert. Wij willen journalisten zelf zeggenschap geven over wat ze zelf willen leren. Wij hebben een team van vijf mensen in Caïro, dat is ook de voornaamste reden om in Egypte te zijn. Die mensen beheren heel veel contacten. We werken vooral samen met kranten in de Arabische landen, maar ook met de lokale journalistieke vakbonden en soms met universiteiten. Dat is afhankelijk van de mogelijkheden in het bepaalde land. Daarnaast hebben we in de afgelopen vijf jaar een heel groot netwerk van individuele journalisten opgebouwd waar we regelmatig contact mee hebben.’ U zat zelf in Caïro. Heeft u de ontwikkelingen zoals ze zijn gegaan zien aankomen? ‘Iedereen die zegt dat hij dat heeft zien aankomen, liegt. Ik had niet gedacht, niemand had gedacht, dat het nu zo uit de hand zou lopen. Ik had verwacht dat ze het vrij eenvoudig konden onderdrukken. Voorheen is dat goed gelukt door massa-arrestaties en coöptatie, door carrots and sticks.‘ Er waren geen tekenen vanuit de media dat er iets op het punt stond te gebeuren? Er moet toch wel iets gespeeld hebben, zo fanatiek en snel als dat is gegaan? ‘Er speelt al jaren lang heel veel. Egypte heeft een hele jonge bevolking, het demografisch potentieel voor dit soort revoluties. Hoge jeugdwerkloosheid: er komen heel veel jongeren van universiteiten af en hebben ideeën, dromen en plannen en kunnen die niet verwezenlijken. Dat schept een voedingsbodem voor veel onvrede. De opkomst van internet... Het is eigenlijk eerder andersom: eerst de opkomst van satellietkanalen, zoas Al-Jazeera en Al-Arabia. De impact van internet is eigenlijk in de Arabische landen iets later gekomen. Maar de combinatie van die twee betekende dat heel veel regimes geen informatiemonopolie meer hadden. Daarvoor konden zij bepalen wat hun bevolking te horen en te zien kreeg, door de staatsmedia, staatskranten, etc. Dat monopolie hebben ze langzaamaan verloren. Je zag aankomen dat mensen andere ideeën kregen en dat mensen een beter beeld kregen van wat er zich in het buitenland afspeelde en hoe dingen in Europa gaan. Daarvoor beperkte zich dat tot een hele kleine elite die wel eens reisde. Later zag je dat dat breder gedragen werd. Ik heb in Egypte wel eens eerder demonstraties meegemaakt. Daar was ik altijd niet zo van onder de indruk; ik was eerder onder de indruk van het machtsvertoon van het regime. Een demonstratie in Egypte betekende doorgaans dat er vijftien mensen op een trap stonden met driehonderd man ME er omheen. Verder dan dat ging het eigenlijk niet. Er lopen in Egypte meer dan een miljoen binnenlandse veiligheidsmensen rond: politie, ME, maar ook geheime dienst, etc. Zuiver gericht op binnenlandse aangelegenheden, en dan nog een miljoen leger. Binnenlands was eigenlijk het grootste probleem.’ Dat zijn ook de mensen waar de grootste woede zich tegen richt? ‘Ja het kader waarschijnlijk. Er zitten natuurlijk ook heel veel arme mensen bij voor wie het gewoon broodwinning was. Die zullen ook wel wat vergeven worden, maar er zit natuurlijk een kader in dat echt heel erge dingen heeft gedaan.’ Is bij zo’n revolutie Al-Jazeera belangrijker geweest dan het internet voor de informatievoorziening? ‘Ja, om de doodsimpele reden dat het internet eruit lag. Heel veel mensen hebben satellietverbinding. Internet is vooral voor de logistiek belangrijk. Via Facebook is bijvoorbeeld georganiseerd dat er na het vrijdagsgebed, vanuit verschillende moskeeën naar het Tahrir-plein gegaan zou worden. Dat gebeurde op een heel ingenieuze manier. Waarschijnlijk waren in elke moskee mensen aanwezig met toegang tot Facebook. Het had er vooral mee te maken dat ze in de moskee met een te kleine groep zijn met duizenden ordetroepen in de nabijheid. Dus is er besloten om in kleine groepjes rond te lopen, maar pas als er een grote groep bij elkaar was naar het Tahrir-plein te gaan. Dat is gecoördineerd via Facebook. Maar wat betreft Al-Jazeera: het regime is heel boos op Al-Jazeera en de demonstranten heel blij met Al-Jazeera. Wat mij betreft heeft die zender het ontzettend goed gedaan. Maar op het moment dat er een pro-Mubarak demonstratie kwam, zag je dat Al-Jazeera ging paniekvoetballen. Ze hadden het totaal niet zien aankomen, moesten dat duiden en hebben eigenlijk voordat iemand wist wat er aan de hand was, geroepen dat het regime de boel heeft opgestookt en dat het allemaal politieagenten waren die daar op straat stonden.’ Dat was ook het dominante beeld in de Westerse media. ‘Ja, dat hebben ze grotendeels van Al-Jazeera overgenomen. De werkelijkheid is dat het niet te verifiëren is, ook niet door Al-Jazeera. Ze kunnen wel roepen, maar ze weten het niet. Het is slechts speculatie.’ Was het niet ook heel vernederend voor Mubarak om door een Twitterende opstandige menigte verjaagd te worden? ‘Absoluut. Ik kan natuurlijk niet in zijn hoofd kijken, maar hij leek ook wel aardig de realiteitszin verloren te hebben. Ik laat mij ook vertellen dat hij heel weinig tegenspraak duldde. Dus of hij überhaupt heeft meegekregen wat er echt in de stad gebeurde, betwijfel ik.’ Zijn aftreden kwam alsnog als een verrassing. Iedereen had verwacht dat het op de dag zou gebeuren waarop hij een toespraak hield, waar hij eigenlijk alleen vertelde dat hij de grondwet aan zou passen. Wat is het geweest dat hij alsnog is opgestapt? ‘Daar verschillen de meningen nogal over. Ik denk dat hij onder druk is gezet door de legertop, het regime. Waar het in de westerse media heel weinig over is gegaan maar wat heel belangrijk is, is de industriële top. Dat zijn allemaal mensen die banden hebben met het leger en de regering. Het parlement dat nu ontbonden is zat helemaal vol met zakenmensen die ook zetels kopen. De corruptie is gigantisch, maar er zijn natuurlijk heel veel mensen die daar belang bij hebben. Dat is allemaal verweven met het leger. Mijn vermoeden is dat het leger de vorige dag al zijn aftreden heeft geëist, de speech liet ook lang op zich wachten. Er zal ongetwijfeld achter de schermen druk zijn uitgeoefend.’ Is er een bepaalde gebeurtenis of fragment dat bij u is blijven hangen, dat u echt ontroerd heeft? ‘Dat zijn er zo veel als je daar middenin zit. Wat voor Egyptenaren denk ik heel belangrijk is geweest is die eerste grote vrijdag, the day of anger, de eerste echt grote massademonstratie. Toen hebben wij de stad gemeden, want het was tamelijk gevaarlijk. Maar vanuit het appartement waar wij zaten hadden we heel mooi uitzicht op een rotonde waar een groep demonstranten de stad in probeerde te komen. Dat was een groep van zo’n drieduizend demonstranten met daar tegenover zo’n drieduizend politieagenten, ongeveer één op één. Zes uur lang hebben ze traangas de ene kant en molotovcocktails de andere kant op staan gooien. Het was een soort slagveld, het was ontzettend heftig. Maar het doorslaggevende moment, ook voor Egypte, kwam aan het einde van de dag toen de politie niet die slag verloor, maar ophield. Er werd in het midden wat gepraat, de politie ging aan de kant en de mensen werden doorgelaten. Dat is voor Egypte ontzettend belangrijk want Egyptenaren hebben dertig jaar lang alleen maar in angst geleefd voor dat binnenlandse veiligheidsapparaat. En wat er nu ook gebeurt:wat overeind zal blijven is dat Egyptenaren niet bang meer zijn. Op dat moment hadden ze gewonnen van het veiligheidsapparaat.’ Hoe zijn de vooruitzichten voor de persvrijheid als er democratisering komt in Egypte? Ik neem aan dat het leger op dit moment nog wel enige censuur handhaaft. ‘Op de hele korte termijn wel. Er is natuurlijk een aantal heilige huisjes dat is neergegaan. Ik vermoed niet dat het leger heel erg censuur zal gaan toepassen. Mensen gaan nu kanten kiezen, ook journalisten van de staatsmedia. Ze kunnen de oude lijn wel vasthouden maar dan vervreemden ze zichzelf compleet van alles wat er gebeurt. Het grootste probleem was de noodwetgeving, de toepassing van strafrecht. Dat is iets waar het regime niet alleen over kan beslissen. Het zijn ook de industriëlen die dat soort strafzaken aanspannen tegen journalisten, vooral zelfs. Ik verwacht wel dat die situatie zal verbeteren. Als je het hebt over mediawetgeving, zal die vast veranderen, maar de vraag is waarheen. Er zijn natuurlijk ontzettend veel internationale organisaties die zich met het aanpassen van die mediawet willen bemoeien. Dat lijkt me ook goed, zolang het gestuurd wordt door Egyptenaren. Er zijn advocatenkantoren die allang bezig zijn met het ontwerpen van mediawetten. Als die ondersteund worden is dat alleen maar goed.’ Kan een vrije pers ook niet schadelijk zijn voor voor ene jonge democratie, als de nieuw gekozen regering een overload aan kritiek krijgt omdat ze nu de vrijheid hebben om dat te doen? ‘Nee, daar moeten ze maar tegen kunnen. Er moet wel heel hard getrokken worden aan de journalistieke kwaliteit. Hoor en wederhoor toepassen. Maar daar speelt ook journalistieke ethiek een grote rol in. Wat is je verantwoordelijkheid als journalist? Persvrijheid is net als alle andere rechten gekaderd. Vrijheid van meningsuiting is conditioneel aan een aantal zaken. Verschillende wetten zijn strijdig met elkaar en dan bepaalt de rechter wat dan op dat moment in die specifieke zaak preveleert. Maar verder zie ik niet zoveel problemen voor een jonge democratie, het is eerder een oplossing. Als je het hebt over corruptie, dan is persvrijheid heel belangrijk. Dan gaat het om public accountability, dan kan de pers aantonen wat een regime achter de schermen doet, wat voor financiële belangen ze hebben bij bepaalde acties.’ Is de angst dat het Moslimbroederschap de macht over zal nemen terecht? ‘Ik ben daar niet bang voor. Die angst is zowel een onderschatting als een overschatting van het Moslimbroederschap. Het is een onderschatting in de zin dat Het Moslimbroederschap veel te slim is. Egypte heeft bijvoorbeeld niet de olievoorraden die Iran heeft. Iran kan een bepaald welvaartsniveau binnenlands betalen. De belangrijkste inkomensbronnen voor Egypte zijn op één en twee toerisme en staatssteun van de Amerikanen. Dat zijn veruit de twee belangrijkste inkomstenbronnen voor het hele land. Als die twee weg zouden vallen op het moment dat het Moslimbroederschap het daar overneemt en de sharia als wetgeving probeert in te voeren, dan is het snel afgelopen met dat land en dat weten zij ook. Ze zijn veel te slim om dat te doen. Maar er zijn meerdere redenen waarom die vergelijking met Iran niet opgaat. Egypte heeft bijvoorbeeld niet een populair islamitisch leider in ballingsschap. Het terugkeren op het vliegveld van Khomeini vanuit Parijs: dat is natuurlijk prachtige symboliek en dat heeft heel veel mensen gemobiliseerd. Daarnaast is het Moslimbroederschap een vrij pluriforme groep, ze zijn intern verdeeld. Er is een conservatieve oude garde, die meer op die Iraanse lijn zit, maar er zijn heel veel jonge, progressieve leden. Zij hebben absoluut geen zin in een islamitische staat; wél in een islamitische welvaartsorganisatie en een speler in het politieke veld, als één van dé partijen, als een soort Christen-Democratisch Appèl van Egypte. Dus er zitten binnen die club heel verschillen, maar over de linie genomen zijn ze daar te slim voor. Ze zullen dus ook proberen om de vrede met Israël binnenlands anders te verkopen, maar wel te handhaven om de Amerikaanse staatssteun te garanderen. En het is een overschatting van het Moslimbroederschap omdat hun potentieel minder groot is dan dat zou suggereren. Twintig, soms wordt vijfentwinitg procent gezegd, maar dan zitten ze echt wel aan hun maximum.’ Dan heb je toch wel redelijke invloed. ‘Maar daar is op zich niets mis mee. Waar het grote probleem zit is als die islamitische partij een tweederde meerderheid zou hebben waardoor ze de democratie weer af kunnen schaffen. Dat is dan vaak de angst, dat is natuurlijk ook een gecultiveerde angst door Mubarak. Ik zie het nog steeds naar Turkije toegaan, als je scenario’s gaat vergelijken, in de zin dat het leger voor een deel in ieder geval in de overgangsperiode het democratisch karakter garandeert.’ Gaan jullie als Free Voice nog jullie programma aanpassen in Egypte nu de revolutie voltooid is? ‘Ongetwijfeld, maar het hangt van een aantal dingen af. Mediawetgeving is daar maar eentje van. De noodtoestand is een andere. Op het moment dat journalisten daar niet meer aan bloot staan, moeten we toch echt ons programma gaan bijstellen, dan hoeven we misschien iets minder aandacht te besteden aan veiligheid. Dan kun je iets meer gaan schuiven naar die journalistieke ethiek bijvoorbeeld, die in een democratisch proces natuurlijk nog veel belangrijker wordt. Een andere belangrijke is: de NGO-wetgeving. Er is een strenge NGO-wetgeving ingevoerd een aantal jaren geleden, waarin het heel moeilijk is gemaakt voor non-gouvernementele organisaties om geld uit het buitenland te krijgen. Dat is natuurlijk om de logische motieven dat Mubarak niet wilde dat internationale NGO’s zoals wij hun maatschappelijke middenveld gaan liggen ondersteunen en versterken. Het is voor ons en voor anderen natuurlijk wel heel erg van belang om te kijken wat er nu met die wetgeving gebeurt. Dus ook de mogelijkheden voor buitenlandse organisaties zouden kunnen veranderen en daar moet je ook op inspelen. Maar daar gaan we de komende maanden naar kijken.' CommentsLeave a Reply |

RSS Feed