![]() De delegatie Clio-studenten die in het voorjaar het EHRM in Straatsburg bezocht, was bijna verkeerd gelopen. Het gebouw waar het Hof zetelt, oogt bescheiden en transparant in vergelijking met de imposante eurotempels in de omgeving. Toch zetelt hier een ware waakhond van de mensenrechten, die beschikt over supranationale jurisdictie binnen de wijdste cirkel van Europese integratie. Deze uitzonderlijke positie zie je niet alleen terug in de enorme hoeveelheid zaken die het Hof jaarlijks verwerkt, maar ook in het belang van de zaken die aan het Hof worden voorgelegd: in de Grote Kamer worden de belangrijkste mensenrechtelijke rechtsvragen van Europa behandeld. TEKST Lennart Noten & Victor Kuijpens Neem bijvoorbeeld de zaak van de Somalische asielzoeker Salah Sheek. Voor mensen zoals hij maakt Straatsburg het verschil tussen leven en dood. De Nederlandse staat wilde hem uitzetten naar ‘relatief veilige gebieden in Somalië’. Het Hof oordeelde echter op basis van internationale rapporten dat Salah Sheek daar als lid van een vreemde minderheid geen gegarandeerde bescherming zou krijgen van de gevestigde clans. Nederland zou hem dus blootstellen aan gevaar voor zijn lijf en leden: een schending van het Verdrag. Myjer: ‘Dat heeft er toe geleid dat hij - en met hem veel andere klagers die afkomstig waren uit Somalië - in Nederland konden blijven.’ Nederland heeft overigens vaker kritiek ontvangen op zijn asielbeleid. Zo onderzocht Checks & Balances vorige editie de klachten over de langdurige detentie van asielzoekers. Myjer draagt echter aan dat je hier ook op een andere manier naar kan kijken: ‘Het zou ook wel eens kunnen zijn dat Nederland relatief zoveel rechten biedt dat het aantrekkelijk is om hier te procederen. Een van de redenen waarom het soms allemaal wat langer duurt in Nederlands vreemdelingenland is nu net dat de vreemdeling gebruik maakt van alle hem toekomende rechten.’ Daarnaast kent het EVRM geen recht op asiel, staten hebben het recht om vreemdelingen te weigeren. Myjer: ‘Van geval tot geval zal moeten worden uitgemaakt of er een zodanig gevaar bestaat voor lijf en leden dat de vreemdeling echt niet terug kan gaan.’ Met vijfhonderd zaken in behandeling in 2009 lijkt Nederland bovendien getalsmatig goed te scoren. Koploper Rusland had dat jaar meer dan dertigduizend wachtende zaken en in de top tien van klachten behoort alleen Italië niet tot Oost-Europa. Ruim zeventig procent van de klachten zijn afkomstig van deze tien. Zijn dit de schurkenstaten van Europa? Myjer vindt dat hoewel het aantal zaken van deze tien niet tot optimisme stemt, het plaatje wel gerelativeerd moet worden. Per capita gerekend krijg je namelijk een hele andere top tien. ‘Dan zijn bij wijze van spreken ineens drie klachten tegen een land als Liechtenstein al voldoende om vooraan te staan.’ Desalniettemin heeft de toetreding van lidstaten na de val van de muur en de uitbreiding van het individueel klachtrecht geleidt tot een exponentiële stijging in klachten. Onder deze werkdruk heeft het Hof de afgelopen jaren steeds procedurele verbeteringen ingevoerd. Een goed voorbeeld van dergelijke ‘slimmigheden’ vormt het systeem van positieve verplichtingen. Bij wat Myjer ‘schaamtevolle zaken’ noemt kunnen de lidstaten niet altijd op hun blauwe ogen vertrouwd worden. Om kostbare fact finding missies te besparen legt het Hof de verantwoordelijkheid voor het welzijn van arrestanten daarom bij de staat. Myjer: ‘Als er voldoende feitelijkheden zijn om aan te nemen dat iemand ongeschonden in handen van de politie kwam maar vervolgens allerlei kwetsuren vertoont, heeft de Staat iets uit te leggen. De Staat heeft dan de positieve verplichting zelf onmiddellijk uit te zoeken wat er precies is gebeurd.’ Ondanks de toenemende werkdruk schrikt het Hof overigens niet terug voor nieuwe uitdagingen. Het nieuwe Protocol 14 maakt het namelijk mogelijk voor de Europese Unie om toe te treden tot het EVRM. Op dit moment wordt hard onderhandeld over de omstandigheden waaronder dit moet gebeuren. Het Hof is volgens Myjer voorstander van toetreding omdat dit voor meer duidelijkheid kan zorgen. 'Nu is er al een tijd een grijs gebied tussen Luxemburg (waar het Hof van Justitie van de Europese Unie gezeteld is, red.) en Straatsburg.' Indien de EU werkelijk zal toetreden tot het Verdrag is het misschien redelijk om ook van deze organisatie een bijdrage te vragen. Per slot van rekening heeft ook zij belang bij Europese integratie van de mensenrechten. De expertise die het Hof in de loop der jaren heeft opgebouwd lijkt het waard te zijn om in te investeren. Maar als de lidstaten toch de hand op de knip houden dreigen ze de grote verworvenheden van het EVRM, zoals het individuele klachtrecht, te verspelen. Dit zou een aderlating zijn voor de voorbeeldfunctie die Europa probeert uit te dragen naar de rest van de wereld. Check www.echr.coe.int voor meer informatie over het Hof, zoals belangrijke jurisprudentie die je terug kunt vinden in de database HUDOC. CommentsLeave a Reply |

RSS Feed