Checks & Balances
  • Home
  • Webartikelen
  • Achtergronden
  • Blog
  • Multimedia
  • Archief
  • Contact
  • Zakelijk
  • Abonnee worden
‘Wij hebben met enige verbazing naar de reactie van Balkenende gekeken’ 24/03/2010
0 Comments
 
Picture
Op 12 januari 2010 presenteerde de Commissie Davids haar ruim vijfhonderd pagina’s tellende rapport over de besluitvorming inzake Irak. In 2003 besloot het toenmalige demissionaire kabinet om de Brits-Amerikaanse invasie van Irak politiek te steunen – een beslissing die ernstig wordt bekritiseerd in het rapport. Checks & Balances sprak hierover met Koos van der Bruggen, secretaris van de commissie.

TEKST Kees Blom & Niels Goet

U was secretaris van de Commissie Davids. Wat houdt functie precies in?
‘Dat houdt in dat je het hele proces aanstuurt zodat de commissie haar werk kan doen. Concreet betekent dat onder meer contacten onderhouden met de ministeries; zorgen dat we alle spullen konden krijgen en over de archieven konden beschikken. De vier meest betrokken ministeries hadden een contactgroep ingesteld: Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Defensie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dat waren de vier coördinerende ministeries voor dit onderzoek. Verder hield ik me bezig met het maken van afspraken voor interviews. De commissie heeft zeker de eerste periode tot ver in het najaar wekelijks vergaderd. Dat betekent: in overleg met de voorzitter de agenda opstellen; zorgen dat de vergaderstukken beschikbaar zijn en andere faciliteiten voor de vergadering regelen. Omdat wij met staatsgeheim materiaal omgingen moesten ook onze werkruimtes beveiligd worden. De AIVD heeft met allerlei apparatuur gekeken of er geen afluisterapparatuur zat. Dat soort praktische zaken, daar hield ik me mee bezig.’

En u heeft zelf ook onderzoek gedaan?
‘Ja, ik heb ook een deel van het archiefonderzoek gedaan, voornamelijk bij Algemene Zaken. Ook heb ik meegeschreven aan conceptversies van een aantal hoofdstukken, dus ik heb toch zeker vijftig, zestig procent van mijn tijd aan onderzoek kunnen besteden. De rest bestaat dan uit die organisatorische en coördinerende taken.’

Heeft u het idee dat u bij het onderzoek toegang heeft gekregen tot alle beschikbare informatie?
‘Ja, ik denk dat wij alles gekregen hebben. De ministeries hadden zelf al een selectie gemaakt van alles wat met de besluitvorming-Irak te maken had. Daar kregen we zonder meer toegang tot. Daar zit natuurlijk het risico aan vast dat ze er bepaalde dingen uit kunnen halen. We zijn er voor 99,9 procent zeker van dat dat niet gebeurd is. Wel kwamen we soms in archiefstuk A een verwijzing tegen naar een archiefstuk dat er niet bij zat. Maar als we daar naar vroegen, kregen we het zonder meer. Toen we begonnen kregen we van het Ministerie van Defensie een brief waarin stond: ‘Bedenk wel, er staat hier 180 strekkende meter archief dat met Irak te maken heeft’. Dat is natuurlijk onbegonnen werk. We waren dus heel blij dat ze een voorselectie hadden gemaakt.’

‘Er waren een paar uitzonderingen. Die betroffen met name informatie van de AIVD en de MIVD die direct van buitenlandse diensten afkomstig was. Wij kregen dan wel in te zien hoe de AIVD of de MIVD een analyse had gemaakt van een document dat zij van de Britse, Amerikaanse of andere geheime dienst hadden gekregen. Maar alleen als die buitenlandse dienst daar zelf toestemming voor gaf, konden we inzage krijgen.’

De commissie was oorspronkelijk van plan om het rapport in 2009 te publiceren. Dat is verplaatst naar januari 2010. Waar had dat mee te maken?
‘Dat had verschillende redenen. Toen premier Balkenende de commissie instelde begin februari 2009, zei hij zelf dat hij verwachtte dat er 1 november een rapport zou liggen. Waar hij toen onvoldoende rekening mee heeft gehouden is dat op dat moment de commissie nog moest worden samengesteld. Alleen Davids, de voorzitter, was bekend. Die heeft de maand februari nodig gehad om zijn commissie samen te stellen en om de ondersteunende staf bij elkaar te halen. Dus wij zijn feitelijk begin maart 2009 begonnen. Daar kwam ook nog bij dat we allemaal een screening van de AIVD moesten krijgen omdat we met staatsgeheime informatie te maken kregen. Dat hebben ze, zeker voor AIVD-begrippen, erg snel gedaan. Maar dat heeft bij elkaar toch een week of zes geduurd. Dat betekende dat wij, voordat we die goedkeuring hadden, geen toegang hadden tot de staatsgeheime archieven.’

Hoe snel kwam de commissie tot de conclusie dat er geen volkenrechtelijk mandaat was voor de inval in Irak? Was dat iets dat in het begin al naar voren kwam?
‘We hadden met professor Nico Schrijver een deskundige op dat gebied (volkenrecht, red.). Hij had de visie dat het toch wel dubieus was. In de commissievergaderingen zijn er allerlei discussies gevoerd en hypotheses gesteld. De commissie heeft zich niet al te vroeg vastgelegd op bepaalde standpunten. We hebben daar uiteraard uitvoerig over gepraat met de personen die we geïnterviewd hebben. Met name het volkenrechtelijke aspect is voorgelegd aan oud-politici, maar ook aan medewerkers van Buitenlandse Zaken en Defensie die zich met dit soort zaken bezighouden. Uiteindelijk bleek wel dat de redenering die door het kabinet gehanteerd werd, niet toereikend was.’

Binnen de sociale wetenschappen bestaat er een aloude discussie of wetenschappers waardevrij onderzoek kunnen doen, aangezien ze zelf in de wereld staan die ze bestuderen. Hoe staat u daar tegenover?
‘Ja, dat heeft zeker ook bij deze commissie gespeeld. Professor Schrijver had een duidelijk standpunt geuit in enkele artikelen. Ik heb me destijds zelf ook kritisch uitgelaten, vooral over de morele rechtvaardiging. Aan de andere kant hadden we Peter van Walsum, oud-ambassadeur, die juist had gezegd dat hij de inval wel kon billijken. Dus alle commissieleden hadden er wel een standpunt over, maar dat zou voor ieder ander gegolden hebben. Ik denk dat in 2002/2003, vrijwel iedereen voor of tegen die oorlog was. Dus echt waardevrij in de zin van dat je er geen eigen opvatting over hebt, zou voor niemand mogelijk zijn geweest. Wij hebben geprobeerd om het onderzoek op een objectieve wijze uit te voeren, en ik hoop ook dat we daarin geslaagd zijn.’ 

Toch heeft Balkenende in een interview met Frits Wester (RTL 4) getwijfeld aan de integriteit van de commissie. Hij noemde de conclusies ‘niet verrassend gezien de samenstelling’, refererend aan de opvattingen van professor Schrijver. Dat is toch niet netjes?
‘Nee. Ik weet dat juist ook Schrijver heel veel moeite heeft gedaan om al die andere argumenten boven tafel te krijgen. Bovendien stond Schrijver binnen de wereld van het volkeren- en internationaal recht niet alleen. Ik geloof dat Davids het zo zei: ‘Je moet de internationale juristen die het er wel mee eens zijn met een zaklampje gaan zoeken’. Wat dat betreft is het niet echt verrassend. Van Walsum heeft ook gezegd dat het juridisch gezien gewoon niet klopt. Alleen, hij vond dat je soms om politieke redenen toch iets toch goed kan vinden. In het geval van Irak vond hij dat de volkenrechtelijke argumentatie ondergeschikt was aan de politieke overwegingen. Maar, nogmaals: ik heb het proces van heel dichtbij kunnen volgen, ook in dit opzicht. Ik weet gewoon dat ze ontzettend nauwkeurig zijn geweest.’

Balkenende doet het hele rapport af als een visie, behalve de twee zaken – de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer als Secretaris-Generaal van de NAVO en de afwezigheid van militaire betrokkenheid – die hij ziet als feiten. Dat kan toch niet?
‘We hebben als commissie afgesproken om ons buiten de politieke discussies te houden. Voor de commissie geldt dat alle conclusies gebaseerd zijn op feitelijk onderzoek. Wij maken geen onderscheid tussen conclusie a of conclusie b. In de commissie zaten leden met verschillende politieke visies, maar die hebben geen rol gespeeld bij de oordeelsvorming. We hebben ons ook niet bezig gehouden met de eventuele politieke consequenties. Maar om alleen de conclusies die toevallig wel in de lijn van het kabinet passen, feiten te noemen, is natuurlijk opvallend. Laat ik het zo maar formuleren.’

Deze reactie van Balkenende had u niet verwacht?
‘Nee. Dit had denk ik niemand verwacht, vriend noch vijand. Want ik denk dat hij ook in eigen kring het nodige commentaar heeft gekregen op deze wijze van handelen. Wij hebben er met enige verbazing naar zitten kijken. Het was veel slimmer geweest als hij had gezegd: ‘we gaan het heel zorgvuldig bestuderen en er is een aantal conclusies waarbij we misschien vraagtekens zullen stellen. Maar we komen er uitvoerig op terug.’ Het is voor hemzelf natuurlijk ook erg slecht geweest: het heeft bijna een kabinet gekost.'

Balkenende zegt nu ook dat regime change destijds een argument was om de oorlog te steunen. Hoe staat de commissie hier tegenover?
‘Formeel heeft het kabinet destijds nooit gezegd dat ze de inval steunden omdat Saddam Hoessein zo’n schurk was. Daar was iedereen het wel over eens. Dan zou je dus op argumenten van humanitaire interventie terecht komen en daar heeft het kabinet nooit een beroep op gedaan. Juist ook omdat dat op zeer gespannen voet staat met opvattingen in het volkenrecht en de Verenigde Naties. Dus daar kunnen ze zich niet op beroepen.’

In het rapport staat dat in een brainstormsessie in augustus 2002 onder leiding van De Hoop Scheffer het beleid ten aanzien van Irak al was vastgelegd. Balkenende zegt dat er daarna nog wel over gesproken is, maar dat het standpunt niet is gewijzigd. Klopt dat?
‘Wat wij hebben vastgesteld is dat die brainstormbijeenkomst in augustus 2002 heeft plaatsgevonden met een aantal ambtenaren. Dat was overigens niet de enige brainstormbijeenkomst, er waren meer van die bijeenkomsten om de nieuwe minister (van Buitenlandse Zaken, red), De Hoop Scheffer, in te lichten over belangrijke beleidsterreinen. De uitkomst was dat, als de Verenigde Staten zouden besluiten tot ingrijpen, wij die lijn zouden steunen. Daaraan is vastgehouden. Dat betekent niet - dat is misschien in sommige media wel gesuggereerd - dat de discussie na die tijd niet meer gevoerd is. Uiteraard zijn er nog discussies gevoerd, maar men is niet van de hoofdlijn afgeweken. Je kunt zelfs zeggen dat in een aantal gevallen informatie die andere kanten op wees, niet of onvoldoende is meegenomen. Soms is zelfs expliciet gezegd: ‘Daar hebben we geen behoefte aan’.’

‘Hans Blix, hoofd van UNMOVIC, zei in een gesprek met Van den Berg, toenmalig Nederlands ambassadeur bij de VN, dat hij er absoluut van overtuigd was dat er geen massavernietigingswapens te vinden zouden zijn in Irak. Er kwam een notitie terug van Buitenlandse Zaken: ‘Op dit soort informatie zitten wij niet te wachten.’ Dat staat letterlijk in het rapport. Dat geeft aan dat men toch wel afhoudend was voor andere informatie. Hetzelfde geldt voor de volkenrechtelijke argumenten die vanuit de eigen directie Juridische Zaken van het Ministerie werden aangevoerd: ook daar zaten ze niet op te wachten.’

Dus ze hielden wel echt vast aan één lijn?
‘Balkenende was net minister-president, had op buitenlandterrein geen enkele ervaring. Hij kende De Hoop Scheffer al langer, dus het is heel begrijpelijk dat hij op diens koers heeft gevaren. Het is logisch dat hij, zeker in die beginfase, het aan De Hoop Scheffer overliet. Toen het urgenter werd moest hij zich ermee bemoeien. Dat is tamelijk laat gebeurd. Ook hij heeft daarbij te weinig kritisch gekeken naar tegengeluiden.’

We horen Balkenende telkens zeggen: 'Met de kennis van toen'. Had hij niet gewoon beter naar de ‘kennis van toen’ moeten luisteren?
‘De ‘kennis van nu’ en de ‘kennis van toen’ is zeker op volkenrechtelijk terrein niet wezenlijk anders. Dat hebben diverse kranten en juristen ook geschreven. Het is natuurlijk een compromisformulering geweest om de samenwerking tussen het CDA en de PvdA overeind te houden.’

Balkenende beweert ook dat de bewijslast, dat er geen chemische wapens of massavernietigingswapens waren in Irak, bij Saddam Hoessein lag. Is dat volkenrechtelijk te billijken?
‘Dat heeft hij in 2002 en 2003 gezegd en dat zei hij weer toen hij zich verdedigde nadat het rapport verschenen was. Het was inderdaad aan Saddam Hoessein om mee te werken met de wapeninspecteurs; het valt ook niet te ontkennen dat hij heel lang heeft tegengewerkt. Maar veel wapeninspecteurs waren al eind jaren negentig ervan overtuigd dat hij in ieder geval geen nucleaire wapens had, en die ook niet binnen afzienbare tijd zou kunnen maken. Over chemische en biologische wapens bestond iets meer twijfel, maar ook daarvan was eind jaren negentig duidelijk dat er heel veel was vernietigd. De wapeninspecteurs waren een heel eind op weg: Blix en El Baradei (toenmalig hoofd van het Internationaal Atoomagentschap, red.) hebben gezegd dat, als ze nog even de tijd hadden, ze daar een heel eind mee zouden komen. Maar de realiteit is geweest dat, met name de Amerikanen, hoe dan ook de inval wilden.’

Hoe is de definitie van de term ‘politieke steun’ tot stand gekomen in de besluitvorming?
‘De Partij van de Arbeid was tegen elke vorm van politieke steun; het CDA wilde dat op een gegeven moment wel. Toen is er gezocht naar een formulering waar iedereen mee kon leven. Met name de toenmalige informateur Donner heeft geprobeerd de partijen bij elkaar te brengen door formuleringen te kiezen waar ze allebei mee zouden kunnen leven. Het woord 'politieke steun' is niet in de brief (aan de Tweede Kamer, red.) voorgekomen, maar het is op een gegeven moment wel zo uitgelegd en gebruikt. Toen ging het dus in het debat van 18 maart helemaal mis tussen Bos aan de ene kant en Verhagen en De Hoop Scheffer aan de andere kant. Iedereen ging toch wat anders zeggen; ook met terugwerkende kracht. De opvatting van de Partij van de Arbeid was: wij steunen deze oorlog niet, maar als de oorlog er eenmaal is, dan zijn we voor Bush en Blair en niet voor Saddam Hoessein. Het CDA en uiteindelijk ook het kabinet was van mening: wij steunen het besluit van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk om nu Irak binnen te vallen. Daar zit dan net een klein verschil tussen, dan kom je in de hogeschool van de politieke woordkeuze terecht. Wij hebben alleen maar willen duidelijk maken dat die verschillen er waren en dat de oppositie, Marijnissen, Halsema, daar uiteraard mooi in gingen zitten wroeten om dat allemaal boven tafel te krijgen. De regering dacht dat ze de steun van de PvdA zouden krijgen als ze niet militair mee zouden doen.’

Dat is miscommunicatie geweest?
‘Ja. Daarbij hebben ook allerlei toevalsfactoren een rol gespeeld. Op die 18e maart was 's ochtends nog kabinetsberaad, waarin de brief definitief is vastgesteld. Maar Donner is toen ziek naar huis gegaan. Donner was als informateur eigenlijk degene die een beetje de communicatie tussen Bos en Balkenende regelde. En het is natuurlijk een slimme man die net de goede formuleringen kan vinden. Als Donner niet ziek was geworden, dan was het misschien anders gelopen.’

U schrijft ook dat alleen de SP en GroenLinks altijd tegen zijn geweest. De rest kon zich uiteindelijk wel vinden in het standpunt van de regering om politieke steun te geven.
‘De Partij van de Arbeid zou niet per definitie tegen ingrijpen zijn geweest, maar wel tegen een Alleingang van de VS en het Verenigd Koninkrijk. Maar ze hadden het denk ik kunnen accepteren als op een gegeven moment die inspecties door waren gegaan en er meer tegenwerking van Irak was aangetoond. De Partij van de Arbeid en ik denk ook D66 waren wat dat betreft minder tegen dan de SP en GroenLinks dat waren. Maar op het moment dat deze beslissing werd genomen was dat voor de Partij van de Arbeid niet acceptabel. Er zijn in de maanden voorafgaand wel uitspraken gedaan door Bos, maar zeker ook door Koenders, waarvan je kunt zeggen dat de standpunten niet zo ver uit elkaar liggen. Dat is waarschijnlijk één van de redenen geweest van de miscommunicatie met het CDA. Zij dachten dat de PvdA hen zou steunen.

Dat de PvdA uiteindelijk akkoord ging, was natuurlijk ook uit eigenbelang.
‘Ja, ze hadden er natuurlijk ook belang bij op dat moment om toch die formatie te laten doorgaan.’

Partijpolitiek heeft dus toch een rol gespeeld.
‘Partijpolitiek heeft zeker een rol gespeeld. Dat er geen militaire steun gegeven is, heeft duidelijk te maken met de formatie die op dat moment gaande was.’

Is het niet raar dat de VVD stevig oppositie heeft gevoerd naar aanleiding van dit rapport, terwijl die partij met minister Kamp, die minister van Defensie was, direct betrokken was bij de besluitvorming?
‘Ja, maar de VVD voerde geen oppositie tegen het besluit zoals dat destijds genomen is. De VVD heeft wel op een gegeven moment gezegd dat er een onderzoek moest komen.  Het is ook wel heel helder geworden dat, op het moment dat Kamp wegging uit de Tweede Kamer en daarmee de meest direct betrokkene van de VVD weg was uit de directe politiek, de VVD meer oppositie gingen voeren. En als oppositie grijp je elk onderwerp aan om het de regering moeilijk te maken. Ik heb van de VVD nog weinig echt inhoudelijk reacties op het rapport gelezen. Ik denk dat de VVD niet weg kan lopen voor wat ze destijds onderschreven hebben.’

Denkt u dat dit onderzoek er ook was geweest als de oorlog volgens plan was verlopen?
‘Dat zijn 'als-dan' vragen die heel moeilijk te beantwoorden zijn. Ik sluit niet uit dat het ook dan wel een keer tot een onderzoek zou zijn gekomen. Maar stel dat daar meteen chemische of biologische wapens waren gevonden, dan had dat de zaak van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk toch een stuk sterker gemaakt. Het had volkenrechtelijk echter niets aan de zaak veranderd.’

Denkt u dat het volkenrechtelijke aspect dan ondergeschikt was gemaakt?
‘Die kans zou aanwezig zijn geweest. Ik weet het gewoon niet. De discussies zijn natuurlijk al heel snel opgekomen nadat de oorlog formeel afgelopen was: in juni, juli 2003 zijn al de eerste Kamervragen gesteld. Ook omdat toen in het buitenland rapporten kwamen met informatie uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Dan waren misschien bepaalde afwegingen anders gemaakt. Het speelt wel mee dat er rond Kosovo weinig of geen discussie is geweest, terwijl dat volkenrechtelijk gezien wel even discutabel is. Dus enig opportunisme is niet vreemd denk ik bij dit soort afwegingen.’

BEELD Rick Keus Fotografie

Bookmark and Share
 


Comments




Leave a Reply

    Archief

    April 2011
    Oktober 2010
    Juni 2010
    Maart 2010

    Bookmark and Share

    RSS Feed


Disclaimer | Checks & Balances is het magazine van Studievereniging Clio