Checks & Balances
  • Home
  • Webartikelen
  • Achtergronden
  • Blog
  • Multimedia
  • Archief
  • Contact
  • Zakelijk
  • Abonnee worden
“Hallo, met Europa" - Eén Europees aanspreekpunt voor het buitenland 19/12/2010
1 Comment
 
Picture
Henry Kissinger gaf veertig jaar geleden al aan geen idee te hebben wie hij moest bellen, wanneer hij met Europa wilde spreken. Dat probleem is nu opgelost. De Europese Unie (EU) heeft sinds december 2010 een eigen diplomatencorps, de dienst voor extern optreden (EDEO), en het buitenlands beleid wordt inmiddels alweer een jaar gecoördineerd door de Britse Catherine Ashton. Toch kent de Unie een lange traditie van gefragmenteerd optreden op het wereldtoneel. Het meest duidelijke voorbeeld is de verdeeldheid over de Amerikaanse invasie in Irak in 2003. Nu zijn de lidstaten verdeeld over de begroting van de EU. Een Unie die soms tot op het bot verdeeld is, moet die wel extern willen optreden?

TEKST: SAM TROMPERT



De EU heeft met de nieuwe diplomatieke dienst nu in ruwweg honderdvijftig landen een officiële vertegenwoordiging, een zogenaamde EU-post. Deze posten hebben als taak de EU in het buitenland te vertegenwoordigen en het uitvoeren van enkele consulaire taken, zoals het uitgeven van paspoorten aan gestrande toeristen van wie het land van herkomst geen ambassade heeft. Ook moet de EDEO buitenlandchef Ashton bijstaan in haar taken. Dat is ook wel nodig als men haar takenlijst bekijkt. Ashton fungeert als een minister van Buitenlandse Zaken van de EU. Tevens is ze hoofd van de EDEO, eurocommissaris voor Externe Betrekkingen, voorzitter van de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken en ze wordt geacht de Europese Raad van regeringsleiders bij te wonen. Met vier fulltime banen is een gedegen ambtelijk apparaat meer dan welkom. 
 
Maar wellicht willen de lidstaten geen gezamenlijk buitenlands beleid. De Europese grondwet sprak over een Europese minister van Buitenlandse Zaken, die na Lissabon hoge vertegenwoordiger is gaan heten. De diplomatieke dienst gaat slechts over extern optreden, en wat iedereen een ambassade zou noemen heet een post. In alle gevallen wordt diplomatiek jargon angstvallig vermeden, om te voorkomen dat het gemeenschappelijk buitenlandbeleid van de EU ook een binnenland impliceert: superstaat Europa. 
 
Barry Madlener – leider van de PVV-fractie in het Europees Parlement – is in ieder geval groot tegenstander van een gezamenlijk buitenlands beleid. Volgens hem zal Europees buitenlandbeleid voornamelijk een vertaling zijn van de belangen van grote landen als Frankrijk, Duitsland en Engeland, vanwege stemverhoudingen tijdens Europese besluitvormingsprocessen. Kleine landen, zoals Nederland, sneeuwen daarbij vaak onder.

Toch vinden voorstanders het noodzakelijk dat Europa haar positie op het wereldtoneel verstevigt. EU-promotiewebsites stellen dat buitenland steeds meer binnenland is geworden. Terrorisme, klimaatverandering en grensoverschrijdende misdaad zijn zaken die onmogelijk op nationaal niveau kunnen worden opgelost. Daarbij vergroot het de Nederlandse invloed. De Europese PVV-leider is een andere mening toebedeeld: “De problemen zijn daar juist mee vergroot, niet de invloed”, aldus Madlener. “Nederland is nu verplicht Griekenland en Ierland bij te springen. Die noodzaak was er voorheen helemaal niet.”

Als lid van de commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement is Madlener veel bezig met Europa en de wereld. Volgens hem is Europa intern te verdeeld om een zinnige buitenlandse politiek te voeren. Het belangrijkste argument voor de Europese PVV-leider is echter dat gezamenlijk optreden het Nederlands belang schaadt. “Als we straks Nederlandse handelsposten in de VS, in China en op andere plekken gaan sluiten, en die vervangen door Europese handelsposten die de belangen van de grote landen vertegenwoordigen dan gaat dat ten koste van ons.”

Zo’n vaart zal dat niet lopen, denkt Wim van de Camp, leider van de CDA-delegatie in het Europees Parlement. Hij vindt de analyse van Madlener ‘te smal.’ Zo zal bijvoorbeeld de Nederlandse ambassade in Jakarta (Indonesië) nooit vervangen worden door een Europese, gezien de historische banden tussen de twee staten. Ook zal de ambassade in China niet gesloten worden, juist vanwege dat handelsbelang. Maar in tal van Afrikaanse landen, waar het Nederlandse belang is te verwaarlozen, is het heel goed mogelijk om met een EU-post te werken, vindt de CDA’er.


“Europese handelsposten die de belangen van de grote landen vertegenwoordigen: dat gaat ten kosten van ons.”  
- Barry Madlener, PVV


Samenwerking is noodzakelijk, omdat sinds het Verdrag van Lissabon de Unie in toenemende mate een politiek gezicht heeft gekregen. Het is belangrijk dat dat gezicht ook buiten de EU vertegenwoordigd is, ook al is er soms wel verdeeldheid. Van de Camp:“Deze periode wordt met name gebruikt om de instrumentele uitgangspunten en praktische dingen te regelen.” Het daadwerkelijk tot stand brengen van een gemeenschappelijk buitenlands beleid is een groeiproces dat het komende decennium moet plaatsvinden.

Daar waar Madlener de diplomatieke dienst het liefst meteen wil opdoeken, is Van de Camp dus wel voorstander van gezamenlijk optreden. Dit hangt volgens de europarlementariër samen met het basisidee van de Unie. Is de Unie louter een economisch samenwerkingsverband gericht op goederen, diensten en kapitaal, of is de EU ook een gemeenschap van waarden? “Wij zijn nog steeds van mening –  met 27 soevereine lidstaten – dat samenwerken op buitenlands en defensiegebied noodzakelijk is”, aldus Van de Camp.

Toch sloegen Engeland en Frankrijk onlangs, onafhankelijk van de EU, de handen ineen om samen te werken op defensiegebied. Logisch, volgens Madlener, omdat de EU op militair gebied niets voorstelt. De NAVO voorziet immers al in de veiligheid op het Europese continent. Van de Camp is echter van mening dat de Engels-Franse samenwerking geen dreiging hoeft te zijn. Hij beschouwt het als een startpunt. “Een gemeenschappelijk Europees leger maak ik niet meer mee, maar het ontbreken van een leger is geen hindernis voor de EU om sterker op het wereldtoneel te staan.” Doordat Europa de grootste interne markt ter wereld is, willen landen als China en Rusland maar wat graag handel drijven met de EU. Daarin zit de macht, volgens hem. Daarbij is een gezamenlijke legermacht het resultaat van één buitenlands beleid, niet het startpunt.

De twee heren vinden elkaar min of meer in hun beoordeling van Catherine Ashton. Van de Camp noemt haar kwaliteit ‘weifelend’. Madlener vindt haar ‘erg zwak’. Ashton laakt het charisma dat een topdiplomaat nodig heeft om echt invloedrijk te zijn. Een Europese Hillary Clinton zal ze nooit worden, maar wellicht oordelen critici te snel. Haar takenpakket is niet te benijden en het vergt nogal wat moeite om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen in Europa. Ashton is het gezicht van Europa, en kan gebeld worden door Kissinger of diens opvolger. Hopelijk vindt ze tijd om de telefoon te beantwoorden.

 


Comments

Bram
11/01/2011 1:46pm

Ach ja, een GBVB hoeft toch niet meteen zo diepgaand en complex te zijn. Ik denk dat de EU al grote stappen zou maken door haar democratisch ideaal op een positieve manier over te brengen op andere staten.
Kijk bijvoorbeeld naar de ontwikkelingen in Tunesië, waar de EU zonder al teveel moeite tot consensus kan komen over een in te nemen standpunt. Het is vervolgens wel jammer dat eigen lidstaten niet altijd evenveel waarde hechten aan alle facetten van democratie; ik noem een Bulgarije.

Reply



Leave a Reply

    Archief

    April 2011
    Maart 2011
    Februari 2011
    Januari 2011
    December 2010
    November 2010
    Oktober 2010
    September 2010
    Juni 2010
    Mei 2010
    April 2010
    Maart 2010

    Bookmark and Share

    RSS Feed


Disclaimer | Checks & Balances is het magazine van Studievereniging Clio